Houtkachel aansteken: zo doe je het stap voor stap

Inhoudsopgave

Een houtkachel aansteken gaat het makkelijkst met de zogeheten Zwitserse methode: je stapelt het hout omgekeerd op, met het grootste hout onderaan en het aanmaakhout bovenop. Dit zorgt voor een snelle, schone verbranding waarbij je het vuur nauwelijks hoeft bij te sturen. Hieronder lees je precies hoe je het doet.

De Zwitserse methode: hout omgekeerd opstapelen

Bij de traditionele methode leg je aanmaakhout onderin en groot hout erop. Dat werkt, maar vraagt meer aandacht en geeft meer rook. De Zwitserse methode draait dit om. Je legt de grootste blokken onderaan, daarboven een laag middelgrote blokken, en helemaal bovenop het aanmaakhout en aanmaakblokjes of -watten. Het vuur begint boven en brandt langzaam naar beneden. Omdat de warmte opstijgt, droogt ze het hout eronder voor, waardoor dat daarna vanzelf goed ontbrandt.

Gebruik bij voorkeur droog, goed gespleten hout met een vochtgehalte van maximaal 20 procent. Nat hout brandt slecht, geeft veel rook en zorgt voor snelle roetaanslag in de schoorsteen. Een vochtmeter (te koop voor een paar euro) helpt je dit snel te controleren.

Houtkachel aansteken: stap voor stap

  • Stap 1: open de luchttoevoer. Zet de luchtklep en de rookgasklep (ook wel trekregelaar of afvoerklep) volledig open. Dit zorgt voor voldoende trek om het vuur te laten branden.
  • Stap 2: leg de grote blokken neer. Leg twee of drie grote houtblokken naast elkaar onderin de kachel. Laat een klein beetje ruimte tussen de blokken voor luchtcirculatie.
  • Stap 3: leg middelgrote blokken erop. Stapel een laag kleinere blokken dwars op de grote blokken. Zorg voor een luchtige stapel.
  • Stap 4: leg aanmaakhout bovenop. Leg dunne stokjes aanmaakhout dwars op de tweede laag. Gebruik er genoeg: denk aan acht tot twaalf dunne stukjes.
  • Stap 5: voeg een aanmaakblokje of aanmaakwat toe. Leg dit helemaal bovenop, tussen het aanmaakhout. Gebruik geen krant of karton: dat geeft vliegas en is slechter voor de schoorsteen.
  • Stap 6: steek het aan. Steek het aanmaakblokje aan met een lucifer of aansteker. Sluit daarna de deur van de kachel, maar laat een kleine kier open zolang het vuur nog klein is.
  • Stap 7: sluit de deur en regelaar gedeeltelijk. Zodra het vuur goed brandt en de kachel warm is (na ongeveer tien tot vijftien minuten), kun je de luchttoevoer iets terugdraaien. Sluit hem nooit helemaal: een houtkachel heeft altijd lucht nodig voor een schone verbranding.

Veelgemaakte fouten bij het aansteken

De meest gemaakte fout is te nat hout gebruiken. Hout met te veel vocht sist, rookt en brandt nauwelijks warm. Koop bij voorkeur hout met het keurmerk “haardhout met lage vochtgehalte” of droog zelf gespleten hout minstens één tot twee jaar onder een afdak.

Een tweede valkuil is de luchtklep te snel dichtdraaien. Doe je dit te vroeg, dan smoor je het vuur en krijg je een walmende, rokerige kachel. Wacht altijd tot de kachel echt op temperatuur is voordat je de toevoer vermindert.

Tot slot: gebruik nooit spiritus, benzine of andere brandbare vloeistoffen om de kachel aan te steken. Dit is gevaarlijk en kan leiden tot een vlambrand uit de kachel. Aanmaakblokjes of -watten zijn veilig en effectief genoeg.

Wanneer de trek tegenzit

Soms trekt de schoorsteen slecht, bijvoorbeeld bij koud weer of na een lange periode zonder gebruik. De lucht in de schoorsteen is dan koud en zwaar, waardoor de rook moeite heeft om omhoog te gaan. Je kunt dit oplossen door de schoorsteen voor te verwarmen: houd een brandende krant of aanmaakblokje even bij de open rookgasklep voordat je de kachel opvult. Zo verbreek je de koude luchtkolom en verbetert de trek snel.

Met de Zwitserse methode, droog hout en een goed open luchtklep steek je een houtkachel betrouwbaar en schoon aan. Heb je eenmaal de slag te pakken, dan is het een kwestie van minuten om een prettig brandend vuur te hebben.

Eén reactie

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *