Een haard aansteken doe je het meest effectief van onderaf: leg eerst aanmaakblokjes of aanmaakhout onderin, stapel daar klein hout omheen en leg de grotere blokken bovenop. Zo trekt het vuur goed op en brand je haard snel en gelijkmatig. Hieronder vind je het volledige stappenplan, inclusief de meest gemaakte fouten.
De juiste volgorde bij het aansteken van een haard
Het geheim van een goed brandende haard zit in de opbouw. Veel mensen leggen grote blokken meteen onderin, maar dat werkt averechts. Het vuur heeft zuurstof en ruimte nodig om te groeien. Werk daarom altijd van klein naar groot:
- Leg twee of drie aanmaakblokjes of een handvol aanmaakhout (kindling) onderin de haard.
- Stapel daar wat dunne houtjes omheen, zodat er een tentje of blokhutje ontstaat.
- Leg daarboven twee middelgrote blokken hout, met genoeg ruimte ertussen voor lucht.
- Steek de aanmaakblokjes aan met een lange aansteker of lucifer.
- Laat de deur van een gesloten haard de eerste minuten op een kier staan als het model dat toelaat, zodat de trek op gang komt.
Zodra de dunne houtjes goed branden, voeg je grotere blokken toe. Gooi nooit meteen grote blokken op een klein vuurtje; dan smoor je het vuur.
Wat je nodig hebt om een haard aan te steken
Droog hout is de belangrijkste voorwaarde. Hout dat te vochtig is (meer dan 20% vochtgehalte) geeft veel rook, weinig warmte en vervuilt de schoorsteen sneller. Gebruik bij voorkeur hout dat minimaal een jaar gedroogd is, of koop kant-en-klaar gedroogd hout met een vochtmeter als bewijs.
Wat je verder nodig hebt:
- Aanmaakblokjes of aanmaakhout (vermijd aanmaakblokjes op spiritus- of petroleumbasis in een gesloten kachel).
- Een lange aansteker of lucifers.
- Dunne houtjes of krantenpapier als extra aanmaakmateriaal (krantenpapier alleen in open haarden, niet in houtkachels met glazen deur, want het geeft snel veel rook).
- Droge blokken als brandstof, bij voorkeur eiken, beuk of els.
Open haard of houtkachel aansteken: wat verschilt er?
Bij een open haard heb je meer ruimte en trek, waardoor het vuur makkelijker op gang komt. Je kunt hier ook iets losser omgaan met de hoeveelheid aanmaakmateriaal. Bij een gesloten houtkachel is de trek afhankelijk van de schoorsteen en de luchtinstelling van de kachel. Zet de luchtschuif bij het aansteken altijd volledig open. Zodra het vuur goed brandt, kun je de luchttoevoer terugdraaien om zuiniger te stoken.
Een gesloten houtkachel bereikt hogere temperaturen en is daarmee ook efficiënter dan een open haard. Het nadeel van een open haard is dat een groot deel van de warmte de schoorsteen in gaat. Bij een houtkachel blijft die warmte in de ruimte.
Veelgemaakte fouten bij het aansteken
Te nat hout is de nummer één fout. Je herkent nat hout aan een donkere kleur aan de zijkanten en een sisgeluid als het brandt. Ander probleem: een koude schoorsteen. Als de schoorsteen lang niet gebruikt is, kan de lucht erin de verkeerde kant op trekken en slaat rook de kamer in. Los dit op door een opgerolde krant aan te steken en die even in de schoorsteen te houden, zodat de lucht opwarmt en de trek herstelt.
Ook een verstopte of te lage schoorsteen geeft trekkingsproblemen. Als je haard regelmatig terugslaat of slecht trekt, is het verstandig de schoorsteen te laten vegen door een erkende schoorsteenveger.
Veiligheid bij het aansteken van een haard
Zorg altijd voor voldoende ventilatie in de ruimte. Een open haard of houtkachel verbruikt zuurstof, en in een goed geïsoleerde woning kan dat leiden tot koolmonoxideproblemen als er niet genoeg verse lucht binnenkomt. Plaats een koolmonoxidemelder in de buurt van de haard als je die nog niet hebt.
Gebruik nooit brandbare vloeistoffen zoals alcohol of benzine om een haard aan te steken. Dit is gevaarlijk en kan leiden tot een vlampiek of explosie. Houd ook brandbaar materiaal zoals kleden, meubels en gordijnen op voldoende afstand van de haard.
Met droog hout, de juiste opbouw en een goed werkende schoorsteen steek je een haard snel en zonder gedoe aan. Lukt het de eerste keer niet, controleer dan eerst het vochtgehalte van het hout en de stand van de luchtschuif. Dat lost de meeste problemen al op.















