Brandhout zagen doe je het efficiëntst in twee stappen: eerst zaag je stammen en takken terug naar handzame lengtes van ongeveer een meter, daarna splits je die stukken verder op naar de maat die past bij jouw kachel of open haard. Met een kettingzaag gaat dat een stuk sneller dan met een handzaag, maar de aanpak blijft bij beide gereedschappen grotendeels hetzelfde.
De juiste zaaglengte kiezen
Voordat je begint, bepaal je de gewenste eindlengte van je blokken. De meeste houtkachels en open haarden werken goed met blokken van 25 tot 33 centimeter. Meet dat na bij jouw kachel voor je gaat zagen, want een blok dat net te lang is, past simpelweg niet meer in de vuuropening. Een stelregel is om de blokken op twee derde van de inwendige breedte van de kachel te zagen. Zo houd je ruimte en verbrand je het hout efficiënter.
Verwerk het ruwe hout eerst naar lengtes van circa een meter. Dat is handig om te sjouwen en makkelijker te positioneren op een zaagbok. Daarna zaag je die meterlange stukken in één keer door naar de definitieve bloklengte. Zo doe je minder handelingen per stuk en werk je een stuk veiliger.
Brandhout zagen met een kettingzaag: de werkwijze
Leg de stam of het meterlange stuk op een stevige zaagbok. Zorg dat het hout niet kan rollen en dat het uiteinde dat je afzaagt vrij hangt, zodat de ketting niet klem komt te zitten als het hout doorbuigt. Zaag nooit op de grond: de ketting raakt direct bot zodra je de aarde raakt.
Werk met je kettingzaag van boven naar beneden in één gelijkmatige beweging. Forceer de zaag niet door het hout. Als je teveel kracht zet, snijdt de ketting langzamer en raakt hij sneller bot. Laat het gewicht van de zaag zelf het werk doen, en stuur alleen. Gebruik nooit twee handen op de ketting zelf en houd altijd beide handen aan de grepen van de zaag.
Zaag dikkere stammen eventueel in twee stappen: zaag eerst van bovenaf halverwege, draai de stam een kwartslag en zaag dan opnieuw van bovenaf door. Dat voorkomt dat de ketting klem raakt in groen of sappig hout.
Veiligheid bij het zagen
Draag altijd snijwerende broek, stevige werkschoenen (bij voorkeur met stalen neus), handschoenen, een gehoorbeschermer en een gezichtsscherm of veiligheidsbril. Een kettingzaag is geen gereedschap om zonder bescherming te gebruiken, ook niet voor een kort klusje. De meeste ongelukken met kettingzagen gebeuren juist bij routineklussen waarbij iemand de beschermende kleding bewust achterwege laat.
Let op de zogenaamde terugslag (kickback): als de neus van de zaag onverwacht ergens in het hout hapt, schiet de zaag omhoog richting je gezicht of schouder. Moderne kettingzagen hebben een kettingrem die dat grotendeels opvangt, maar voorkomen is beter. Zaag nooit met de neus van de kettingzaag en houd je linkerduim altijd om de voorste greep.
Volgorde: zagen voor klieven
Zaag altijd eerst alle blokken op maat voordat je gaat klieven. Dat is een stuk efficiënter dan afwisselen. Je zaagbok en kettingzaag blijven dan klaar staan voor de zaagfase, en je kliefbijl of kliefsplitter hoef je er pas daarna bij te pakken. Bovendien is het eenvoudiger om ronde blokken te positioneren dan al gekloofde helften.
Zaag blokken van sappig of groen hout iets langer dan je denkt nodig te hebben. Hout krimpt een weinig tijdens het drogen, maar dat is zelden een probleem bij de gebruikelijke bloklengte van 25 tot 33 centimeter. Toch is het een punt om op te letten als je heel precies wilt werken.
Als je het zagen van brandhout eenmaal in een vaste werkwijze hebt gegoten, zagen, daarna klieven en tenslotte stapelen, merk je dat het ook körperlich een stuk lichter aanvoelt. Je werkt in één mentale modus per taak en hoeft niet steeds te wisselen van gereedschap en houding. Een zaagbok op een goede werkhoogte (zo’n 80 tot 90 centimeter) scheelt bovendien flink op je rug na een middagje zagen.















